Pijn en pijnbestrijding

Printervriendelijke versie

Pijn wordt beschouwd als een signaal van weefselbeschadiging. Na een operatie is pijn onvermijdelijk. Uw hulpverleners willen er alles aan doen om uw pijn acceptabel te maken. Goede pijnbestrijding zorgt namelijk voor een beter herstel. Dit is door onderzoek aangetoond. U bent minder moe en heeft meer energie om te herstellen. De functie van hart en longen is beter en de werking van uw darmen wordt gunstig beïnvloed. Dit maakt uw draagkracht groter, zowel geestelijk als lichamelijk.

Wat kunt u zelf doen?
U kunt ook zelf meewerken om de pijn te doen verminderen. Pijn verschilt per persoon. Het is belangrijk dat u aangeeft hoe u de pijn ervaart. In rust kan de pijn acceptabel zijn, maar soms met doorademen, hoesten of bewegen niet. Wanneer u dit duidelijk zegt, kunnen uw behandelaars de pijnstilling nog beter aanpassen. U moet niet wachten met het melden van opkomende of niet acceptabele pijn. Hoe langer u wacht, hoe moeilijker het is de pijn te bestrijden. Ook is het van belang dat u meldt of de pijnstillers goed, of juist niet goed helpen. Dan kunnen er passende maatregelen genomen worden. Enkele keren per dag komt een verpleegkundige u vragen of u uw pijn met een cijfer tussen de 0 en 10 op een pijnschaal aan wilt geven.

Acute Pijn Service
Als u pijnbestrijding krijgt via een slangetje in de rug of via een zelf te bedienen pompje, komt er iedere werkdag een gespecialiseerde verpleegkundige van het APS-team bij u langs (APS staat voor: Acute Pijn Service). De APS-verpleegkundige vraagt ook naar een pijncijfer en controleert de vorm van pijnbestrijding. Hij/zij neemt eventuele klachten en bijwerkingen met u door. Heeft u een slangetje in uw rug dan wordt er door middel van een test gecontroleerd hoe hoog de verdoving zit en hoe de beweeglijkheid van uw benen is.

Vormen van pijnbestrijding
U krijgt in ieder geval een basispijnstilling. Daarnaast overlegt de anesthesist met u of het nodig is dat u extra pijnstilling krijgt. Dit kan met tabletten of door het toedienen van morfine-preparaten. Er zijn verschillende manieren van toediening:

  • Orale medicatie: u krijgt op vaste momenten tabletten om in te nemen. Dit kan eventueel ook met zetpillen.
  • Door een injectie. De verpleegkundige geeft u een injectie met een sterk werkende pijnstiller. De injectie wordt naar behoefte, in overleg met u, gegeven. 
  • Via een slangetje in uw rug. Deze methode heet epidurale pijnstilling. Vóór de operatie wordt met behulp van een holle naald een dun slangetje ingebracht in uw rug. De naald wordt verwijderd en het slangetje wordt stevig vastgeplakt. Hierdoor krijgt u dan met behulp van een pomp continu pijnstilling toegediend. Dit is een effectieve methode van pijnstilling die tot enkele dagen na de operatie gebruikt kan worden. Het is belangrijk dat u na toediening wel uw benen kunt blijven bewegen. Rondlopen is wel vaak moeilijk.
  • Via een speciale pomp (PCA), die u zelf kunt bedienen. U krijgt dan de mogelijkheid zelf medicatie toe te dienen, al naar gelang uw behoefte aan pijnstilling. In deze PCA pomp zit een morfine oplossing.
  • Via regionale verdoving. Door medicijnen te geven op een bepaalde plaats, wordt een meer uitgebreid gebied verdoofd, bijvoorbeeld een schouder, een arm of een been.

Hoe lang pijnstilling?
U krijgt pijnstillers zolang u deze nodig heeft. Wanneer u na ontslag uit het ziekenhuis nog pijnstillers nodig heeft, overlegt de verpleegkundige dit met uw behandelend arts. Op de verpleegafdeling krijgt u hierover zonodig verdere instructies en uitleg.


 

Neem altijd uw identiteitsbewijs en medicatieoverzicht mee naar uw afspraak in het ziekenhuis! Dit geldt ook voor kinderen.
Het is nodig om uw onderzoek, opname of afspraak/behandeling zo veilig mogelijk te laten verlopen. Meer weten? Kijk op onze webpagina over Inschrijving & Identificatie.

Contract met zorgverzekeraars
Wij zijn door alle verzekeraars gecontracteerd, maar niet voor alle zorg. Wij adviseren u bij uw verzekeraar na te gaan of de zorg waarvoor u komt, vergoed wordt.