Onderzoeken
Computertomografie CT
Dit is een manier waarop weke delen van het lichaam (bloedvaten, spieren, bindweefsel) door röntgenstralen kunnen worden afgebeeld. Weke delen zijn lang niet zo sterk als bot, maar absorberen ook röntgenstralen. Ze laten de stralen dus niet door. Op gewone röntgenfoto’s kun je die verschillen nauwelijks zien en staan dus alleen maar bot en een paar grote organen (bijvoorbeeld je hart). In 1963 heeft de Engelse ingenieur Hounsfield een methode bedacht om met de computer de absorptie te versterken, waardoor de weke delen nu wel zichtbaar kunnen worden gemaakt. Op een CT-scan blijven botstructuren, net als op een gewone röntgenfoto, heel goed te zien. Maar daarnaast zijn de omgevende weke delen ook goed zichtbaar. Er is een ander duidelijk verschil tussen een CT-scan en een röntgenfoto. Een röntgenfoto is een soort portret waarop je in dezelfde houding staat als waarin je ‘gefotografeerd’ bent. Een CT-scan maakt eigenlijk een doorsnede door het lichaam die door de computer is getekend. Dat heeft te maken met de manier waarop een CT-scan wordt gemaakt. Je moet daarvoor heel stil blijven liggen op een soort matras, terwijl het lichaamsdeel waar het omgaat door de scanner schuift. De scanner is een soort ring van waaruit met een dunne röntgenstraal elk stukje vanuit verschillende richtingen wordt gescand. Je schuif telkens ietsjes op waardoor een volgend stuk gescand kan worden.
Elektrocardiogram ECG
Een ECG wordt ook wel een elektrocardiogram of een hartfilmpje genoemd. Het ECG is een onderzoek waarbij elektroden de elektrische stroom in het hart meten. Die stroom wordt via plakkers op het bovenlijf, armen en benen doorgegeven aan de meetapparatuur en de computer. In verschillende lijntjes wordt een patroon op papier geschetst. De kinderarts kan uit dat patroon afleiden wat er aan de hand is. De afwijking zelf kan worden vastgesteld door naar het ECG te kijken, maar voor het opsporen van de oorzaak is vaak meer onderzoek nodig.
Echo
De echo (voluit heet het: echoscopie) is een techniek waarmee organen in het lichaam zichtbaar kunnen worden gemaakt. Een andere naam ervoor is ultra-geluid onderzoek. Dit ultra-geluid bestaat uit hoogfrequente golven die door een sensor worden uitgezonden. Het menselijk oor kan ze niet horen. De inwendige organen kaatsen deze geluidsgolven terug en worden daardoor zichtbaar op een monitor. Bij een echo lig je op een onderzoektafel. Je kleren mag je gewoon aanhouden. Alleen het gedeelte waar de echo gemaakt wordt moet vrij zijn. Om een goede geleiding van de geluidsgolven te krijgen, wordt gel of olie op je huid aangebracht. Dat kan wat koud en plakkerig aanvoelen. Het onderzoek is niet pijnlijk en één van je ouders mag aanwezig zijn als je dat wilt.
Elektro-encefalogram EEG
Dit is een registratie van de elektrische activiteiten in je hersenen. Door het EEG-apparaat worden je hersensignalen als het ware versterkt en in golflijnen op papier uitgeschreven. Voor het onderzoek mag je normaal eten en drinken. Tenzij de arts het zegt, hoef je je medicijnen voor dit onderzoek niet te stoppen. Om een EEG te kunnen maken, moeten er op je hoofd een aantal draden worden bevestigd. Daarvoor is het erg belangrijk dat je hoofdhuid en je haren goed schoon zijn. Als eerste krijgt je een muts van kunststof (een soort badmuts) met gaatjes op. Door de gaatjes van de muts ‘krast’ de verpleegkundige een klein beetje en brengt zij een soort contactpasta aan. Dit is nodig voor een goed contact tussen de hoofdhuid en de draden. Het krassen voelt even vervelend, maar verder voel je van het hele onderzoek niets. Deze voorbereiding duurt ongeveer 15 minuten. Het is wel erg belangrijk dat je probeert je hoofd zo stil mogelijk te houden. De verpleegkundige kan je vragen om je ogen open of dicht te doen, een vuist te maken of even te zuchten. Verder wordt er eventjes met een lamp geflitst waarin je soms met open of gesloten ogen moet kijken. Het onderzoek duurt ongeveer één tot anderhalf uur. Na het onderzoek mag je weer meteen normaal eten en drinken. Je hoofdhuid kun je het beste met water en eventueel babyolie schoonmaken. Zo lost de contactpasta ook het beste op. Daarna mag je je haren weer gewoon met shampoo wassen. De uitslag van het onderzoek hoor je de volgende keer dat je op de poli bij de kinderarts of neuroloog komt.
EMV sore
Deze afkorting komt van Eyes, Motoriek, Verbaal en wordt ook wel de Glasgow Coma Score genoemd.
De Glasgow Coma Scale
De Glasgow Coma Scale werd bedacht en gepubliceerd in 1974 door Graham Teasdale en Bryan J. Jennett, professoren van neurochirurgie aan de Universiteit van Glasgow. Vandaar de naam Glasgow-Scale. EMV score (deze afkorting is van Eyes, Motoriek, Verbaal) is een andere naam voor dezelfde scorelijst. Om na een hersenschudding of hersenkneuzing de situatie van een patiënt goed te kunnen beordelen, gebruiken we in het ziekenhuis deze scorelijsten. Bij iedere reactie van de patiënt hoort een bepaald aantal scores en afhankelijk daarvan kan een arts een inschatting maken over de neurologische toestand van een patiënt, zijn verbetering of verslechtering. Voor kleine kinderen bestaan aangepaste scorelijsten.
Hoe en wat meet de De Glasgow Coma Scale
- Eyes: het openen van de ogen
4 spontaan
3 op aanspreken
2 op pijnprikkel, bijvoorbeeld op het nagelbed
1 niet - Motoriek: de beste motorische reactie
6 opdracht uitvoeren
5 lokaliseren pijn
4 alleen terugtrekken op pijn
3 abnormaal buigen op pijn
2 abnormaal strekken op pijn
1 geen reactie - Verbaal: de beste verbale reactie
5 normaal gesprek: georiënteerd in tijd, plaats, persoon, geeft adequaat antwoord
4 verwarde zinnen: inhoud heeft geen betrekking op de gestelde vraag
3 alleen woorden: niet in zinsverband
2 alleen klanken: onverstaanbaar, grommen of kreunen
1 geen reactie
MRI
Een MRI-scan maakt een opname van de weefsels, bloedvaten en botten in je lichaam. Het is iets anders dan een röntgenfoto waarmee je botten, en grote organen (lever, hart) kunt zien. Bij een MRI-scan worden geen röntgenstralen gebruikt, maar een heel sterk magneetveld en radiogolven. Hiermee worden bepaalde signalen in het lichaam opgewekt. Een soort antenne ontvangt deze signalen en maakt met behulp van een computer een afbeelding ervan.
Het onderzoek is niet gevaarlijk voor je lichaam en het doet ook geen pijn. Omdat het apparaat een grote magneet is, mogen geen metalen voorwerpen mee de onderzoekskamer in. Je moet dus eerst al je sieraden afdoen en kijken of je niets van metaal in je zakken hebt. Je mag je kleren gewoon aanhouden (behalve kleren met metalen ritsen). Als je een beugel hebt, moet je dat van tevoren zeggen.
In de onderzoekskamer moet je op je rug op een soort tafel gaan liggen. Om de foto's te kunnen maken, moet je heel stil liggen. Daarom krijg je meestal een band over je voorhoofd en over je buik om je te helpen met stil liggen. Soms helpt het je ogen dicht te doen. De tafel wordt dan in een soort tunnel geschoven. Als je in de tunnel ligt, worden steeds een aantal minuten lang, opnames gemaakt. Dan hoor je een luid geklop, alsof er iemand zit te timmeren.
De verpleegkundige die de opnames maakt, zit niet bij je in de onderzoeksruimte, maar achter een raam. Zo kan ze jou wel zien en in de gaten houden. Boven je hoofd hangt een luidspreker en microfoontje waardoor jij en de verpleegkundige met elkaar kunnen praten. Zij vertelt je steeds wanneer er weer een opname komt en hoelang deze duurt. Dan weet je dat je even heel stil moet liggen. Het hele onderzoek duurt meestal ongeveer een half tot een heel uur. Eén van je ouders mag, als je dat fijn vindt, bij je blijven tijdens de opnames. Je vader of moeder kan dan op een stoel achter de tunnel gaan zitten, zodat je hem of haar kan zien. Soms is het nodig dat je een infuus krijgt, waarmee een vloeistof (een soort contrastmiddel) ingespoten wordt. Hierdoor kan de radioloog (de dokter die de scan moet beoordelen) nog meer details op de foto's zien.
Röntgen
De eerste bekende röntgen-foto maakte Wilhelm Conrad Röntgen (1845-1923) van de hand van zijn vrouw Anna Bertha. Hij maakte deze foto op 22 december 1895, dus ruim honderd jaar geleden. In 1901 kreeg hij hiervoor de Nobel-prijs. De naar hem vernoemde straling ontstaat als gevolg van de wisselwerking van energiedeeltjes, de elektronen, met de materie waarmee ze in aanraking komen. Er ontstaat een soort kettingreactie. Die snelheid van de elektronen, de eigenlijke straling, heeft een bepaalde frequentie net als licht en geluid.
Röntgenstraling is zo de naam geworden van elektromagnetische straling met een golflengte veel kleiner dan die van licht. We hebben het over harde of zachte röntgenstraling als we bedoelen hoe veel röntgen kan doordringen (dus het doordringende vermogen).
Vroeger noemde men de stralingseenheid Rem. Maar nu is dat de mSv, de milie Sievert, genoemd naar de Zweedse radioloog Rolf Sievert (1896-1966). Deze was een pionier op het gebied van de radiodiagnostiek, de directe toepassing van de röntgenstraling (radiostraling) bij geneeskundig onderzoek. Op een röntgenfoto kun je het beste botten of ook enkele grote organen zoals je hart of lever zien. Weke delen (je bloedvaten, bindweefsel, spieren) zie je hierop minder goed.

