Veel voorkomende ziektes & behandelingen

Printervriendelijke versie

Suikerziekte bij kinderen (diabetes)

Hoe werkt een gezond lichaam als je geen suikerziekte hebt?
Als je een hap brood kauwt en doorslikt, komt die via je maag naar je darmen. Een groot deel van je eten bestaat uit koolhydraten, hier wordt suiker van gemaakt. Deze suiker gaat via je darmen naar je bloed. De suiker moet via het bloed in de cellen van je lichaam komen. Dit is belangrijk om te kunnen bewegen en te groeien. Het geeft je kracht en energie. De cellen waar de suiker in moet komen, zitten op slot. Er is een sleutel nodig om de suiker binnen te laten. Die heet insuline. Insuline wordt gemaakt in een orgaan in je buik, de alvleesklier. Als de suiker in het bloed komt, maak je voldoende insuline om de celdeurtjes open te laten gaan en kan de suiker naar binnen. Als de cellen genoeg energie hebben, gaat de rest naar de lever als een reserve.

Wat is nu eigenlijk suikerziekte?
Als je suikerziekte hebt, maakt je lichaam geen insuline. De celdeurtjes gaan dan niet open en de suiker kan niet naar binnen. Je lichaam krijgt dan te weinig energie. Je eet wel, maar het komt niet op de goede plaats. Via je nieren plas je de suiker uit. Daardoor moet je heel veel plassen en heb je erg veel dorst. Je wordt mager terwijl je goed eet. Je voelt je erg moe.

Insuline wordt gemaakt in de ß-cellen van de eilandjes van Langerhans die in de alvleesklier liggen. Deze ß-cellen worden door je eigen lichaam kapot gemaakt. Het is nog niet precies bekend hoe dat komt. Als de ß-cellen kapot zijn, wordt er geen insuline meer gemaakt. Deze vorm van suikerziekte heet: Type 1 diabetes.

Omdat je lichaam zelf geen insuline meer maakt, is het belangrijk dat je lichaam op een andere manier insuline krijgt. Insuline kun je niet eten. Door allerlei sappen in je maag wordt de insuline onwerkzaam gemaakt. Insuline moet je spuiten. Er zijn verschillende mogelijkheden. Je kunt één, twee, drie of vier keer insuline moeten spuiten, of een insulinepomp gebruiken.

Samen met jou en je vader en je moeder en de dokter wordt bekeken hoe vaak je insuline moet spuiten, zodat je zoveel mogelijk een gewoon leven kunt leiden net als kinderen zonder diabetes.

Hypo
Hypoglycaemie (hypo) betekent een lage bloedsuiker.

Normaal schommelt de hoeveelheid glucose in het bloed tussen de 4-8 mmol/l. Onder de 4.mmol/l spreek je van een hypo. Een hypo kan ontstaan als je te veel insuline spuit of wanneer de insuline te snel wordt opgenomen in je lichaam. Als je niet genoeg eet of wanneer je meer beweegt dan je normaal gewend bent.

Bij een hypo waarschuwt je lichaam je. Dit kan bij ieder kind anders zijn. Het kan zijn dat je gaat zweten, trillen of dat je moet gapen en honger krijgt. Je wordt een beetje bleek. Sommige kinderen gaan wazig kijken of krijgen hoofdpijn of worden duizelig. Het is belangrijk dat jij weet hoe je reageert op een lage bloedglucose.

Doordat je bloedsuiker te laag is, is het nodig om suiker te nemen. Neem een glas water met limonadesiroop (geen suikervrije), een glas frisdrank (geen light) of dextro (druivensuiker). Je bloedsuiker zal stijgen en je voelt je veel beter. Het is wel verstandig om daarna nog iets te eten met koolhydraten, bijvoorbeeld een boterham of een evergreen want anders kan het zijn dat je weer een hypo krijgt. De limonade of die dextro werken namelijk snel en kort. Heb je een hypo vlak voor etenstijd neem na de limonade of de dextro dan gewoon je eten.

Het kan gebeuren dat je bloedsuiker zo laag is dat je wegraakt. Je kunt dan zelf geen suiker meer nemen. In dit geval is het nodig dat iemand anders jou glucagon spuit. Glucagon is een stof die de glucose uit de reserve opslagplaats (je lever) vrijmaakt en ervoor zorgt dat je weer bijkomt. Omdat de opslagplaats weer aangevuld moet worden met glucose, moet je het eerste uur na een glucagon toediening altijd extra koolhydraten eten. Anders krijg je weer een hypo.

Hyper
Hyperglycaemie (hyper) betekent een hoge bloedsuiker

De hoeveelheid glucose in het bloed schommelt tussen de 4-8 mmol/l. Boven de 10.0mmol/l spreek je van een hyper.

Een hyper kan ontstaan als je te weinig insuline spuit of bij een slechte opname van de insuline in je lichaam of wanneer je minder beweegt dan dat je normaal gewend bent. Maar ook bij ziekte of stress, bijvoorbeeld als je zenuwachtig bent voor een proefwerk, kan de bloedsuiker stijgen.

Je lichaam waarschuwt je wanneer je een hoge bloedglucose hebt. Je gaat veel plassen want de nieren kunnen al die glucose niet verwerken. Je krijgt veel dorst met daarbij een droge mond. De cellen krijgen geen glucose meer. Je lichaam heeft wel energie nodig. Je vetcellen worden daarvoor gebruikt. Als deze worden verbrand, onstaan er afvalstoffen, die ketonen worden genoemd. Deze kun je meten met een aparte glucosemeter en aparte strips. Sommige kinderen worden humeurig. De ene wordt sloom en de ander wordt actief. Je krijgt een rood gezicht. Een ander krijgt hoofdpijn of last van zijn ogen. Het is belangrijk dat je weet hoe je op een hyper reageert.

Bij een hyper heb je extra insuline nodig om de suiker weer in de cellen binnen te laten. Hiervoor gebruik je snelwerkende insuline: Novorapid/ Humalog. Van het diabetesteam leer je hoe je daarmee om kan gaan. Je moet zeker bellen met de diabetesverpleegkundige als je misselijk bent en moet overgeven of als je geen eetlust hebt en wat suf bent.

Amandelen
De amandelen zijn grote knobbels achter in je neus en keel. Ze houden ziektekiemen (bacteriën en virussen) tegen en kunnen ervoor zorgen dat je niet ziek wordt. Als de amandelen ontstoken raken, kunnen ze hun werk niet meer goed doen.

Je kunt veel keelpijn hebben, vaak verkouden zijn, of misschien ook zelfs slecht kunnen slapen. Als je amandelen niet goed meer werken, ga je naar de  KNO-arts. KNO betekent Keel, Neus en Oor. Het weghalen van de amandelen wordt ook wel amandelen knippen genoemd. De amandelen zullen met een kleine operatie worden weggehaald. Dit gebeurt op de Kinder-Dagbehandeling. Dus als je 's ochtend wordt geopereerd en alles is goed, dan mag je 's middag alweer naar huis.

Thuis zul je je nog wel aan een aantal dingen moeten houden. Veel koud drinken of waterijsjes eten helpt de wond in je keel te genezen. Ook zorg het koude drinken ervoor dat je keel minder zeer doet.

Buisjes krijgen
Een deel van je oor zit aan de buitenkant. Dat kun je zien en dat kent iedereen wel. Maar er is ook een deel dat naar binnen gaat. Dat heet de gehoorgang en loopt je trommelvlies. Het trommelvlies is een dun vliesje dat gaat trillen als er geluid naar binnen komt.

Soms zit er vocht of slijm achter het trommelvlies waardoor het minder goed kan trillen. Dan hoor je minder goed. Om iemand weer goed te laten horen, wordt er een heel klein gaatje in het trommelvlies gemaakt. Het slijm of vocht wordt weggehaald en je krijgt een kunststof buisje in het gaatje. Als er weer vocht of slijm achter het trommelvlies gaat zitten kan het door het 'trommelvliesbuisje' weglopen.